Reglement begraafplaats Noordlaren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

REGLEMENT

VOOR HET BEHEER

VAN DE PROTESTANTSE

 BEGRAAFPLAATS NOORDLAREN

Ingangsdatum: 1 januari 2007

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                          

 

 

 

 

Op basis van het model plaatselijk reglement en de aanvullende notities van:

 

Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de Protestantse kerk in Nederland (VKB)

                                                               HOOFDSTUK 1

 

                                                      ALGEMENE BEPALINGEN

 

 

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

 

  1. Dit reglement verstaat onder:

 

      administrateur: degene die door het college van kerkrentmeesters is aangewe­zen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats.

 

      beheerder: degene die door het college van kerkrentmeesters belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt.

 

      graf met uitsluitend recht:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het

uitsluitend recht is verleend tot:

–     het doen begraven en begraven houden van lijken;

–     het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

 

      urnengraf met uitsluitend recht:

een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het

uitsluitend recht is verleend tot:

–     het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

 

urnennis met uitsluitend recht (indien aanwezig):

een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het

doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen.

     

      columbarium (indien aanwezig):

een verzameling van nissen, waarvan voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen om daarin urnen dan wel asbussen te doen bijzetten.

           

      urn:       een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

 

      asbus:   een bus ter berging van de as van een overledene.

     

      grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting.

 

      gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken.

 

      grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht.

 

      graftermijn: de termijn gedurende welke men krachtens uitsluitend recht een lijk begraven mag houden.

 

      rechthebbende: degene die een uitsluitend recht op een graf heeft.

     

      uitsluitend recht: het recht om gedurende een (on)bepaalde periode één of meer lijken in het graf te doen begraven of begraven te houden.

 

 

  1. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt, voor zover van belang onder “graf met uitsluitend recht” mede verstaan: urnengraf en urnennis met uitsluitend recht.

 

Artikel 2

Beheer

 

Het beheer van de kerkelijke begraafplaats berust bij de Protestantse gemeen­te te Noordlaren Glimmen, vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters.

Het college van kerkrentmeesters wijst een beheerder aan die de dagelijkse leiding over de begraafplaats heeft.

 

Artikel 3

Administratie

 

De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door de kerkrentmeesters of door een door het college van kerkrentmeesters aangewezen administrateur.

 

Artikel 4

Register

 

De kerkrentmeesters of de door hen aangewezen administrateur houd(t)(en) een register bij van alle op de begraafplaats begraven lijken en bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en een plattegrond van de begraafplaats.

In dit register worden ook aangetekend de door het college van kerkrentmeesters reeds uitgege­ven, maar nog niet gebruikte graven.

Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijge­hou­den.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 2

                                                                         

                            OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

 

 

Artikel 5

Openstelling begraafplaats

 

  1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de door het college van kerkrentmeesters vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

Kinderen beneden 12 jaar hebben slechts toegang, indien zij zijn ver­ge­zeld van een volwassene.

  1. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toe­gangen tijdelijk worden gesloten.
  2. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwo­nen van een begrafenis of de bezorging van as.

 

 

Artikel 6

Ordemaatregelen

 

  1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen perso­nen verboden, anders dan met toestemming van of namens het college van kerkrentmeesters, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de be­graaf­plaats te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gege­ven.
  2. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of bloemen te plukken.
  3. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werk­zaamhe­den op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzin­gen van de beheerder.
  4. Degenen die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in het derde lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwij­deren.

 

Artikel 7

 

  1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plech­tighe­den op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan het college van kerkrentmeesters onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaats vinden.
  2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwij­zingen van het college van kerkrentmeesters of de beheerder.
  3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van het college van kerkrentmeesters zullen hebben, kunnen door dit college worden verboden.

 

Artikel 8

Opgravingen en ruimen

 

Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan, indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 3

 

                                         VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

 

Artikel 9

Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

 

  1. Degene, die wil doen begraven of as wil doen bijzetten, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voor­af­gaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaats vinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burge­meester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
  2. Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.
  3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmidde­len mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwij­zingen en onder toezicht van de beheerder.

De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeel­telijk zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe bij het vastleggen van de begrafenis mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzin­gen van de beheerder op te volgen.

 

Artikel 10

Over te leggen stukken

 

  1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.
  2. Indien de begraving of de bezorging van as in een graf met een uitsluitend recht zal plaats­vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overle­den, door degene die in de uitvaart voorziet.
  3. Begraving of bijzetting in een graf met een uitsluitend recht voor bepaalde termijn, waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen genoemd in artikel 15 lid 2.
  4. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

 

Artikel 11

Tijden van begraven en asbezorging

 

  1. Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen, wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en bezorgen van as, tenzij de burge­mees­ter een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving of bijzetting heeft gesteld of het college van kerkrentmeesters hiervoor toe­stem­ming heeft verleend.
  2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as:

-op werkdagen van 09.00 tot 17.00 uur.

-op zaterdag van 09.00 tot 12.00 uur.

Het college van kerkrentmeesters kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 4

 

                                                                 DE GRAVEN

 

 

Artikel 12

Soorten graven en termijnen

 

  1. Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden:
  2. graven met uitsluitend recht voor onbepaalde termijn (“grafrecht gekocht”)
  3. graven met uitsluitend recht voor bepaalde termijn (“grafrecht gehuurd”)
  4. urnengraven met uitsluitend recht voor bepaalde termijn
  5. urnennissen met uitsluitend recht voor bepaalde termijn (indien aanwezig)

 

  1. Het college van kerkrentmeesters bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de graven.

Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumter­mijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging (= 20 jaren) en zal niet langer zijn dan 30 jaren.

 

 

Artikel 13

Graf met uitsluitend recht

 

  1. Een uitsluitend recht op een graf kan alleen schriftelijk worden geves­tigd. Door het college van kerkrentmeesters wordt een akte van grafuitgifte opgemaakt.
  2. In de akte van grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven tegen welke prijs en voor welke termijn.
  3. De rechthebbende op het graf ontvangt een exemplaar van de akte van grafuitgifte.
  4. De uitgifte van graven vindt alleen plaats ten behoeve van inwoners van Noordlaren, Glimmen en Harenermolen. Deze zijn op het moment van uitgifte woonachtig, of waren indien overleden laatstelijk woonachtig, in het postcodegebied van deze dorpen.

 

 

Artikel 14

Verlenging termijn graf met uitsluitend recht

 

  1. De rechthebbende van een graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd voor bepaalde tijd, kan verzoeken deze termijn te verlengen. Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen twee jaren voor het verstrijken van de termijn.

De verlen­ging geschiedt telkens voor niet langer dan 30 jaren.

  1. Het college van kerkrentmeesters doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is of redelijkerwijze bekend kan zijn, schrifte­lijk mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 1.
  2. Blijkt het adres onbekend, dan geschiedt de mededeling door aanplakking daarvan bij het graf en de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn

waarvoor het uitsluitend recht op een graf werd gevestigd.

 

 

Artikel 15

Overschrijving van verleende rechten

 

  1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.
  2. Na het overlijden van de rechthebbende dient het recht binnen 12 maanden, op hun verzoek, te worden overge­schr­even op naam van de echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of andere  levenspartner, een bloed- of aanver­want, of een andere nabestaande dan wel een rechtspersoon die de zorg voor instandhouding van het graf op zich neemt.
  3. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

 

 

Artikel 16

 

  1. Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 4 genoemde register.
  2. De rechthebbende krijgt een bewijs van overboeking.

 

Artikel 17

Grafkelders

 

  1. Het college van kerkrentmeesters kan aan de rechthebbende op een graf voor onbepaalde

termijn, indien daartoe de mogelijkheden aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkom­stig de door het college van kerkrentmeesters te stellen voorwaarden.

  1. Het college van kerkrentmeesters kan aan de rechthebbende op een urnengraf voor bepaalde

termijn, indien daartoe de mogelijkheden aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een urnenkelder overeenkom­stig de door het college van kerkrentmeesters te stellen voorwaarden.

  1. Bij andere graven voor bepaalde termijn mogen geen grafkelders worden geplaatst.

 

 

 

Artikel 18

Einde van de grafrechten

 

  1. De grafrechten vervallen:
  2. Door het verlopen van de termijn, als bedoeld in artikel 13 lid 2 en artikel 14.
  3. Indien de rechthebbende afstand doet van het recht.
  4. De rechthebbende van een graf met een uitsluitend recht voor onbepaalde termijn kan het recht op het graf terugverkopen aan het college van kerkrentmeesters tegen het

actueel daarvoor geldende tarief.

Verkoop van grafrechten, anders dan aan het college van kerkrentmeesters, is niet

toegestaan.

  1. De rechthebbende van een graf met een uitsluitend recht kan schriftelijk bij het college

van kerkrentmeesters afstand doen van het recht op het graf.

De ontvangst van zodanige verklaring wordt door de kerkrentmeesters schriftelijk

bevestigd aan de rechthebbende.

  1. Indien de begraafplaats wordt opgeheven.

 

  1. Het college van kerkrentmeesters kan de grafrechten vervallen verklaren:
  2. Indien de betaling van het gebruiksrecht en de eventuele onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied.
  3. Indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van dit reglement op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt.
  4. Indien de rechthebbende van een graf is overleden en het recht niet binnen één jaar is overgeschreven, als bedoeld in artikel 15.

 

  1. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b2 en c, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van een deel van de kosten van het grafrecht, eventuele betaalde onderhoudsbijdragen of eventuele andere kosten.

 

  1. Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken of beplanting kan gedurende een maand vóór het vervallen van een grafrecht door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na het vervallen van het grafrecht kan deze geen aanspraken op de voorwerpen doen gelden.

 

  1. Het college van kerkrentmeesters kan een vervallen grafrecht herbevestigen.

Na het verstrijken van de termijnen in de leden 1a en 2, kan het grafrecht alsnog op naam van

een nieuwe rechthebbende worden gesteld, tenzij het grafrecht betrekking heeft op een graf dat

of urnenruimte die inmiddels is geruimd.

Een verzoek tot herbevestiging in een vervallen grafrecht moet naar tevredenheid voldoen aan

de door het college bepaalde criteria.

 

HOOFDSTUK 5

 

                                                          GRAFBEDEKKINGEN

 

Artikel 19

Toestemming grafbedekking

 

  1. Voor het plaatsen van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens is vooraf schriftelijke toestemming nodig van het college van kerkrentmeesters.
  2. Het college van kerkrentmeesters kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedek­king en de wijze van aanbrengen.
  3. Het college van kerkrentmeesters kan de toestemming weigeren indien:
  4. niet voldaan wordt aan de eventueel door hen vastgestelde nadere regels
  5. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats
  6. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is
  7. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
  8. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking moet worden aange­vraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de graf­ruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de alsdan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.

Bij overlijden van de houder van de toestemming wordt de toestemming gesteld op naam van degene die zich binnen drie maanden na het overlijden daartoe aanmeldt.

  1. Het (doen) plaatsen of aanbrengen van gedenktekens of van beplantingen geschiedt door, en voor rekening en risico van, de rechthebbende. Schade als gevolg van slijtage, brand, vorst, storm, water, bliksem, ontploffing, molest en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende.
  2. Het college van kerkrentmeesters is bevoegd een grafbedekking voor haar rekening en risico

tijdelijk weg te nemen en terug te plaatsen, indien dit voor het beheer van de begraafplaats noodzakelijk is.

 

 

Artikel 20

Grafbeplanting

 

Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door degene die belast is met de dagelijkse leiding op de begraafplaats worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Blijvende beplanting op een graf in verwaarloosde staat of graven aantastend of beschadigend, kan worden gesnoeid of verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.

Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten, siervazen en derge­lijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een mondeling of schrif­telijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

 

 

Artikel 21

Verwijdering grafbedekking

 

  1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college van kerkrent-meesters worden verwijderd.
  2. Het voornemen tot de verwijdering van een grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedek­king zal worden verwijderd, op een op het te ruimen graf te plaatsen bord­je bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college van kerkrentmeesters bekend is. In dat geval stellen zij deze uiterlijk een jaar voor het genoemde tijd­stip per brief van hun voornemen in kennis.

 

  1. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college van kerkrentmeesters ingediend verzoek, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende drie maanden ter beschikking van degene aan wie toestem­ming was verleend om de grafbedekking te plaatsen. Het verzoek daartoe kan worden ingediend gedurende een jaar voordat de grafbedekking zal worden verwij­derd.
  2. De grafbedekking vervalt aan de Protestantse gemeente indien:
  3. geen verzoek op grond van lid 3 is ingediend.
  4. een verzoek op grond van lid 3 is ingediend, maar de grafbedekking niet binnen de aldaar genoemde termijn na verwijdering van het graf is afgehaald.

 

 

 

 

 

 

                                                              HOOFDSTUK 6

 

                                                                ONDERHOUD

 

 

Artikel 22

Onderhoud door het college van kerkrentmeesters

 

  1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats en de graven, alsmede van de administratie, waarin door kerkrentmeesters wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit beheersreglement behorende tarievenlijst, die jaarlijks kan worden herzien.
  2. Het college van kerkrentmeesters belast zich met het onderhouden van de begraaf­plaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplan­ting en de watergangen e.d.
  3. Het algemene onderhoud der graven, waaronder wordt verstaan het snoeien van de blijvende grafbeplanting, alsmede het opnieuw stellen na verzakking en het schoonhouden van het gedenkteken, voor zover dit niet als steenhouwerwerkzaamheden is aan te merken, kan op verzoek worden uitbesteed aan het college van kerkrentmeesters, waarbij de toekomstige kosten van algemeen onderhoud afgekocht dienen te worden.
  4. Het college van kerkrentmeesters stelt zich niet aansprakelijk voor schade, bij de uitvoering van onderhoud als bedoeld in lid 3, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.

 

 

Artikel 23

Onderhoud door de rechthebbende

 

  1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhou­den of te herstellen,

waaronder wordt verstaan het snoeien van de blijvende grafbeplanting, alsmede het opnieuw stellen na verzakking en het schoonhouden van het gedenkteken, steenhouwerwerk­zaamheden (herstel en vernieuwing), onderhoud aan hekwerken en afschei­dingen e.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het verzorgen van graftuintjes en niet-blijvende grafbeplanting.

  1. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen,

kan het college van kerkrentmeesters de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijde­ren.

Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de Protestantse gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

 

 

  1. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelin­gen­bord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aange­bracht.

 

 

 

 

 

 

                                                             HOOFDSTUK 7

 

                                                        RUIMING VAN GRAVEN

 

 

Artikel 24

 

  1. Met inachtneming van de bepalingen in de Wet op de lijkbezorging en de bepalingen gesteld in dit reglement kan de beheerder graven doen rui­men.

Ruiming van graven waarop een uitsluitend recht rust kan niet, dan met toestemming van de rechthebbende op dat graf.

  1. Het voornemen van de beheerder om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf ge­ruimd zal worden op een bij het te ruimen graf geplaatst bordje ter kennis van de belanghebbende gebracht, tenzij het adres van de recht­hebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval stellen zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis.
  2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven op een daartoe bestem­d, afgesloten gedeelte van de begraafplaats.
  3. Met inachtneming van de bepalingen in de Wet op de lijkbezorging en de bepalingen gesteld in dit reglement kan de beheerder, in plaats van ruimen, ook bijzetten op een dieper niveau.
  4. De rechthebbende op een eigen graf kan de beheerder schriftelijk ver­zoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelf­de graf­ruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

 

                                                                         

 

 

 

 

                                                               HOOFDSTUK 8

 

           IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN, OPVALLENDE GRAFBE­DEKKING

EN -GEBRUIKEN

 

Artikel 25

Lijst

 

  1. Het college van kerkrentmeesters houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
  2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan onderzoekt het college van kerkrentmeesters of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
  3. Het college van kerkrentmeesters beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

 

 

Artikel 25a

Collecteschaal

 

Het is een oude plaatselijk traditie, dat er bij een begrafenis een collecteschaal bij de uitgang van de begraafplaats staat, waar de bezoekers een donatie in kunnen doen.

De diaconie bepaalt aan welk diaconale, goede doel de opbrengst besteed wordt, tenzij de nabestaanden zelf aangeven naar welk goede doel de opbrengst gaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 9

 

                                                                  KLACHTEN

 

 

Artikel 26

 

  1. Rechthebbenden, andere bij de begraafplaats een belang hebbende per­sonen en leden van de Protestantse gemeente kunnen omtrent feitelij­ke handelingen of het nalaten van feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het college van kerkrentmeesters een schriftelijke klacht indienen.
  2. Het college van kerkrentmeesters beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht.

Zij kunnen deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.

  1. Het college van kerkrentmeesters brengt de beslissing omtrent de klacht terstond schriftelijk ter kennis van de klager.

 

 

 

 

 

 

 

                                                              HOOFDSTUK 10

 

                                   OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

 

 

Artikel 27

 

Het recht op een graf met uitsluitend recht, verleend vóór het in werking treden van dit reglement, wordt geacht een uitsluitend recht op een graf in de zin van de Wet op de lijkbezorging te zijn.

 

 

Artikel 28

 

  1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het college van kerkrentmeesters.
  2. Wijziging van dit reglement kan plaats vinden door het college van kerkrentmeesters na goedkeuring door de kerkenraad van de Protestantse gemeente te Noordlaren Glimmen.

 

 

 

  1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2007.

Alsdan vervallen de voordien bestaan hebbende voorschriften en bepalin­gen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement.

 

 

 

 

Aldus vastgesteld op 11 december 2006.

 

 

Namens de Protestantse gemeente te Noordlaren Glimmen,

het college van kerkrentmeesters:

 

 

D.P. Abbring                                                 , voorzitter

 

 

 

H.J. Bakhuizen                                              , secretaris

 

 

 

 

  1. Smit , penningmeester


Uitvoeringsbepalingen behorende bij reglement begraafplaats Noordlaren:

Vastgesteld in het College van Kerkrentmeesters d.d. 14 oktober 2009

 

 

Artikel 4

Onder “openbaar” wordt verstaan “ligt ter inzage”.

 

 

Artikel 5, lid 1

Openingstijden: Van zonsopgang tot zonsondergang.

Dit wordt tevens bekend gemaakt op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats.

 

 

Artikel 12, lid 2

Nader vastgestelde regels:

 

Aantal lijken in een graf: 1.

Aantal urnen in een urnengraf: Max. 4.

Aantal urnen in een urnennis: n.v.t., niet aanwezig.

 

Afmeting graven (afgebakende oppervlak): 1 meter breed x 2.30 meter lang.

à De opening van het graf is berekend op de standaard kistmaten anno 2006 van 2,06 meter,

die van 2,16 meter is mogelijk (vooraf aangeven).

Afmeting urnengraven (afgebakende oppervlak): 1 meter breed x 1 meter lang.

Afmeting urnennissen (afgebakende oppervlak): n.v.t., niet aanwezig.

 

Er worden geen graven meer voor onbepaalde termijn uitgegeven.

Er worden alleen nog graven uitgegeven voor een bepaalde termijn.

 

Uitgifteduur van graven met uitsluitend recht voor onbepaalde termijn:      Permanent.

Uitgifteduur van graven met uitsluitend recht voor bepaalde termijn:         30 jaar.

 

 

Artikel 14, lid 1

Verlenging van de termijn vindt naar lokaal gebruik telkens plaats voor de uitgifteduur, te weten nu 30 jaar. Na een begraving of bijzetting wordt de termijn naar lokaal gebruik verlengd tot de hiervoor genoemde uitgifteduur.

Bij tussentijdse verlenging van de huurperiode zijn de kosten afhankelijk van de tijd die verstreken is vanaf de datum waarop het graf is gehuurd.

 

 

Artikel 18, lid 5

Vastgestelde criteria voor een verzoek tot herbevestiging in een vervallen grafrecht:

 

-De aanvrager geeft concreet aan welk(e) grafrecht(en) het betreft.

Dit is bij voorkeur aan te tonen door middel van het “oude” grafbewijs.

Indien het een graf betreft dat laatstelijk met (een) ander(en) bij elkaar hoorde, dan dienen de

rechten op deze graven samen aangenomen te worden (ongeacht vrij of bezet).

-Vermelding van degene, die bij inwilliging van het verzoek als rechthebbende van betreffende

grafrecht(en) kan worden geregistreerd.

Er kan slechts één natuurlijk persoon of rechtspersoon per grafrecht rechthebbende zijn.

Eén natuurlijk persoon of rechtspersoon kan wel rechthebbende zijn op meerdere grafrechten.

-Een opgave van alle erfgenamen die daarop rechten kunnen doen gelden, zonodig voorzien van

gegevens waaruit de bloedverwantschap blijkt.

-Een verklaring, ondertekend door alle erfgenamen, dat zijn instaan voor de juistheid van de

opgave van de erfgenamen en dat zij instemmen met de beoogde rechthebbende.

 

-Bij het ontbreken van één of meer handtekeningen dienen de overige erfgenamen aannemelijk te

maken, dat zij zich in voldoende mate hebben ingespannen om van de niet-ondertekenaars een

wilsverklaring te verkrijgen.

-Tevens dienen zij die herbevestigd willen worden als rechthebbende, een (gezamenlijke) verklaring

te ondertekenen, die inhoudt:

  • Dat zij instaan voor de juistheid van de door hen verstrekte gegevens
  • Dat er geen informatie wordt achtergehouden, waarvan zij in redelijkheid kunnen vermoeden dat deze van belang kan zijn voor een juiste beoordeling van het verzoek
  • Dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens
  • Dat zij, elk voor zich, de houder van de begraafplaats vrijwaren van aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens.

 

 

Artikel 19, lid 2

Nader vastgestelde regels m.b.t:

 

-Schriftelijke aanvraag toestemming:

  • Met daarbij een tekening van het beoogde grafmonument
  • Waarop vorm, maten, materiaal en constructie staan

-Afmetingen van oppervlak grafbedekking:

  • Op een enkel graf 0,85 meter breed x 2,00 meter lang
  • Op een dubbel graf max. 1,70 meter breed x 2,00 meter lang
  • Op een urnengraf 0,70 meter breed x 0,80 meter lang
  • De bedekking moet midden op het oppervlak van het graf / de graven geplaatst worden

-Hoogte, vorm, materiaal, constructie en aard grafbedekking:

  • Deze moeten passen in het aanzien van de begraafplaats

(kijkend naar de aard en sfeer van de plaats en de huidige grafbedekkingen)

  • Deze moeten duurzaam en deugdelijk zijn
  • Het plaatsen van grafbedekking op een uitgegeven graf is alleen toegestaan nadat er

daadwerkelijk iemand begraven is, voor de betreffende overledene zelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wijzigingen t.o.v. 2007:

-Uitvoeringsbepaling bij artikel 4 “openbaar” nader gepreciseerd.

-Uitvoeringsbepaling artikel 19 lid 2, bij de laatste bullet toegevoegd

“voor de betreffende overledene zelf”.