Oratorium “een taal van liefde”op 11 juni 2017

Zondag 11 juni, 10.00 uur in de Trefpuntkerk in Glimmen

Het oratorium: “Een taal van liefde”

Het oratorium wordt gezongen door de cantorij.

Tekst: Michaël Steehouder

Muziek: Peter Rippen en Chris van Bruggen

Voorganger ds. Anja Kosterman

Deze cantate is een bezinning op de taal waarmee mensen communiceren. Er klinkt het woord sinds het begin: het scheppingswoord, de woorden waarmee wij onze wereld benoemen. De taal waarin wij onszelf uiten en ons met elkaar verhouden. Maar ook: de taal die verdeelt en heerst en mensen kleineert.

Naast een aantal verwijzingen (naar het scheppingsverhaal en psalmen), is de cantate vooral gekoppeld aan twee Bijbelverhalen die als het ware elkaars tegenpolen zijn: het verhaal van de Babelse spraakverwarring (Genesis 11), en het verhaal van de leerlingen van wie woorden verstaanbaar werden in alle talen. Babel en Jeruzalem. Taal die verdeelt en taal die verenigt.

De eerste drie nummers van de cantate bezingen functies van de taal voor mensen. Een eerste functie is de ordenende functie: door taal krijgen we greep op de chaos om ons heen. De dingen benoemen is: de dingen een plaats geven. In de bijbel zien we dat in het scheppingsverhaal: God brengt orde in de chaos, scheidt licht van duisternis. En dat gebeurt door zijn woord: ‘God zei’ klinkt het telkens opnieuw. En dat woord vestigt zich in mensen.

Taal wordt communicatiemiddel. Taal wordt het middel waarmee wij informatie uitwisselen, onszelf uiten en kenbaar maken aan anderen, een relatie met elkaar aangaan en onderhouden, en waarmee wij proberen elkaar te overtuigen van wat goed en kwaad is.

Het tweede deel van de cantate bezingt de verwarrende, verruwende manier waarop mensen met taal omgaan. Taal schept eenheid, maar eenheid is ook macht, en macht schept verdeeldheid. Taal wordt exclusief, een middel om mensen uit te sluiten. Wie geen Nederlands spreekt, komt het land niet in tenzij je Engels spreekt en nodig bent voor onze kenniseconomie.

Dan volgt de omslag naar een andere, zegenende taal. Het begint met een verwoording van de pinksterervaring: dat dood het laatste woord niet is, dat mensen vrijuit spreken, en elkaar kunnen verstaan. Het wordt gevolgd door een lied voor de gemeente: laten mijn woorden waarheid zijn, leven brengen, genezen, zegen zijn.

In drie nummers wordt die wens doorgezongen, gericht aan “jou” – aan wie? Aan iemand die je waardeert en bewondert? Aan de gemeente die zojuist gezongen heeft? Er wordt gezongen over zegenende taal. Beelden uit psalmen worden gebruikt, en de zeven gaven van de geest.

Het slotlied bezingt nog eenmaal – haast samenvattend – dat woord: het woord dat niet hard wil zijn, niet bedwingt en veroordeelt, maar vrij maakt. Taal is een middel om liefde, verzoening en troost te brengen. Zo mag het zijn.

Het geheel is geen solocantate. De gemeente in de kerk zingt zoveel mogelijk mee. Nieuwe melodieën, dat wel, maar gemakkelijk mee te zingen.

Een ieder is van harte welkom.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.